Op termijn teveel predikanten en kerkelijk werkers
De Protestantse Kerk in Nederland kent in 2024 een klein overschot aan predikanten en een groot overschot aan kerkelijk werkers. Dat is een van de uitkomsten van een dinsdag verschenen onderzoek naar de „pastorale bezetting” in de Protestantse Kerk.

 

Kerknieuws Reformatorisch Dagblad, 31 maart 2010
Aan het einde van 2008 bedienden 2551 predikanten en 412 kerkelijk werkers (2108 fte) de gemeenten van de PKN. De kerk verwacht dat de vraag naar deze „beroepskrachten” grotendeels gelijk zal lopen met de ontwikkeling van het ledental. De prognose is dat de vraag naar predikanten en kerkelijk werkers in 2024 met ongeveer 30 procent is afgenomen ten opzichte van 2009.

De Protestante Kerk gaat ervan uit dat de instroom van predikanten en kerkelijk werkers gelijk blijft aan dat van de afgelopen jaren: respectievelijk 60 en 40 per jaar. Het aanbod van predikanten zal in 2024 met 25 procent zijn afgenomen en dat van kerkelijk werkers zijn toegenomen met 4 procent. De Protestantse Theologische Universiteit (PThU) zal zich moeten „inspannen” om de instroom van predikanten op peil te houden.

Zonder verdergaande samenwerking van gemeenten zal volgens de Protestantse Kerk een „enorme versnippering” van predikantsplaatsen optreden.

De synode van de PKN bespreekt het onderzoek op 23 april.

Momenteel doen ongeveer vijftig kerkelijk werkers (hbo-theologen) het werk van een predikant. Van hen werkt 85 procent in een gemeente waaraan geen predikant is verbonden.

Dat blijkt ook uit het onderzoek van de Protestantse Kerk. Van de in totaal 859 ingeschreven kerkelijk werkers zijn er 268 werkzaam in gemeenten van de PKN.

Het onderzoek maakt deel uit van een dinsdag verschenen voortgangsrapportage die de generale synode van de PKN op 23 april bespreekt. Op de agenda staat de uitvoering van de besluiten over het rapport ”De hand aan de ploeg”. Daarin zet een stuurgroep onder leiding van oud-minister dr. C. Veerman in hoofdlijnen het beleid van de kerk uiteen.

De synode besloot vorig jaar dat een kerkelijk werker met een afgeronde hbo-opleiding theologie na een aanvullende studie kan worden toegelaten tot het ambt van predikant. Deze krijgt dan de status van predikant-vicaris.

De kerk heeft nu criteria opgesteld waaraan gemeenten moeten voldoen willen zij een kerkelijk werker als predikant-vicaris aanstellen. Zo moet eerst blijken of een gemeente onvoldoende financiële middelen heeft om een predikant in deeltijd aan te stellen en of een samenwerkingsverband met andere gemeenten niet haalbaar is. Ook de kerkelijk werker die het werk van een predikant doet, moet aan bepaalde eisen voldoen. Hij moet onder meer een aanvullende opleiding volgen.

De synode neemt volgende maand ook een besluit over de permanente educatie van predikanten en kerkelijk werkers. Het is de bedoeling dat die tijdens de totale duur van de uitoefening van het ambt of de bediening binnen de PKN verplicht een scholingsprogramma gaan volgen. Wie dat niet doet, kan zijn bevoegdheid verliezen.