| Dopen heeft te maken met Gods verbond |
|
Dopen is geen losse individuele act. De doop is verankerd in Gods verbond.  De pas verschenen doopnotitie is geschreven vanuit de theologie van het verbond. Het verbond van God met de mensen krijgt onvoldoende aandacht. We zitten vol individueel denken, eigen keus en emotie. Weinig horen we nog dat er van Bovenaf over ons gedacht wordt door God, die de levensgemeenschap bepaalt. Met mensen die van nature verbondsbrekers zijn (zie de eerste bladzijden van de Bijbel) gaat God een genadeverbond aan. De beweging gaat van God uit. Hij heeft het eerste Woord; de mens mag er zijn ja en amen op geven. Laten we vandaag niet alles op de kaart van de beleving en eigen geloofskeus zetten. In het geloofsleven knopen we eenvoudig en stuntelig met losse eindjes bij Hem aan. Verbondsbesef is het cement van kerk en geloof. Nr. 464 is een Opwekkingsversje dat te weinig gezongen wordt. Het zou in de plaats moeten komen van allerlei activistische liedjes die, als we eerlijk zijn, de diepte niet halen. ‘Wees stil voor het aangezicht van God, want heilig is de Heer. Aanbid Hem met eerbied en ontzag en kniel nu voor Hem neer; die Zelf geen zonde kent en ons genade schenkt. Wees stil voor het aangezicht van God, want heilig is de Heer’. De doop is het sacrament van de verwondering. Voor ons en onze kinderen, voor allen die verre zijn, zeggen we vandaag. Voor zovelen als de Here, onze God, er toe roepen zal. Na die eerste oogstdag (Hand. 2) pinkstert het nog steeds door. In dit spoor kunnen we verder. (Barend Weegink in column in Confessioneel) |