| Water in wijn |
|
Van de webredactie: Bij de opening van de bijeenkomst beraad- en klankbordgroep missionair werk en kerkgroei, waarbij ook CV Schrift en Belijden is betrokken, hield medewerker mw. Marja Meerburg onlangs een treffende bezinning.      ÂDoor drs. Marja Meerburg  Water tot wijn maken op de bruiloft van Kana is de eerste van al die wonderen die mensen tot geloof moeten verleiden. Nou ja, wonder. Een teken noemt Johannes het. Het gaat hem niet om geloof in wonderen maar om geloof in Jezus. Voordat de wonderen en tekenen losbarsten moet dat als eerste duidelijk worden: dat het in deze Jezus gaat om de God van IsraĂ«l, van beloofd land en wijn in overvloed, die zijn volk bezoekt en opzoekt. Maria, Jezusâ moeder, weet daarvan en zij roept dan ook Jezus erbij als zich een kleine ramp lijkt te gaan voltrekken: de wijn raakt op! Maar Jezus zegt: âmijn tijd, mijn uur is nog niet gekomenâ. De beste wijn, die van het koninkrijk, zal de gemeente van Christus tot later moeten bewaren.  In de tussentijd is het soms wel feest in het leven, maar er is altijd de dreiging dat de wijn zomaar opraakt en voor je het weet staat het water je aan de lippen. Vele verbonden en verbanden tussen mensen beginnen als feesten, maar na verloop van tijd gebeurt er iets waardoor de sjeu eraf gaat en mensen met een bittere nasmaak achterblijven. En ook wij roepen het dan misschien uit: Heer, de wijn is op! Maar helaas, Jezus uur is nog niet gekomenâŠ. Het grote bruiloftsfeest is nog een droom. Tot Maria en tot ons klinkt het als het ware: wacht maar, de beste wijn komt nog; die wordt voor het laatst bewaard. Bedoeld als troost, maar niet als zoethouder. Want wat doet Maria? Ze komt in actie. Ook de bedienden (âdiakenenâ staat er) steken de handen uit de mouwen. En Johannes een beetje kennende, is het de bedoeling dat we een voorbeeld nemen aan Maria en die diakenen. Ze blijven niet afzijdig, maar zetten zich in om het feest te redden.  âDoe maar wat hij jullie zegt, wat het ook is!â Dat is niet altijd gemakkelijk voor ons niet en voor onze gemeenten niet. Soms heb je gewoon geen zin om je eigen feestje te laten verstoren door dat gedoe met âkerk naar buitenâ. Soms voel je je ook echt machteloos. Staat het water je zelf aan de lippen. En wij zijn Jezus toch niet die het water van de dood in de wijn van het leven kan veranderen?ÂToch was die o zo menselijke onwil en onmacht voor Jezusâ leerlingen geen reden dan maar niets te doen. Nee. De wijn raakt op, door welke reden dan ook. Dan viert de gemeente van Christus niet alleen haar eigen feestje, maar doet wat zij kan om het leven van anderen tot een feest te maken, heel concreet.  En misschien dat juist dan wonderlijke dingen gebeuren, hier en nu. Jezus uur was het nog niet en toch werd het een grandioos feest. Jezus uur is het nog niet en toch mogen wij met blijdschap zijn leerlingen en dienaren zijn. Na het feest in Kana, gaat het verder naar Kafarnaum, het gewone leven weer in. Aan het werk, aan het missionaire werk. Hopelijk doen we dat niet met een kater maar met een blijvend feestgevoel waaruit we volop kunnen putten. (met dank aan ds. T. Bouw, M.M. Meerburg, juni 2010) |